Dualisme
De Vernieuwingsimpuls Dualisme en lokale democratie is een meerjarig programma met als doel in gemeenten een cultuurvernieuwing richting dualisme te stimuleren. Het raadslid zou zich meer op kaderstelling, controle en vertegenwoordiging moeten gaan richten en de leden van het college meer op bestuur. Alle informatie met betrekking tot dualisme en de Vernieuwingsimpuls wordt op de site http://www.actieprogrammalokaalbestuur.nl/ verzameld en aangeboden.
Per 1 januari 2003 zijn de verhoudingen in het gemeentelijk bestuur veranderd. De raad richt zich sterker op de burgers en besteedt meer aandacht aan de controle van het college. Het gemeentebestuur wordt vernieuwd om ervoor te zorgen dat u weet wie wat doet in de gemeente.
De taakverdeling tussen raadsleden, wethouders, burgemeester en ambtenaren is opnieuw vastgelegd. U kunt duidelijker zien hoe de gemeente werkt en controleren of ze dat goed doet. Dat is belangrijk voor u en voor de gemeente. U heeft recht op een goede en snelle service en een herkenbare politiek. Bovendien kan de gemeente hierdoor beter luisteren naar haar inwoners. Dat zijn belangrijke verbeteringen. Het is immers ook uw belastinggeld dat de gemeente uitgeeft.
Wat is er veranderd?
Het gaat erom dat u meer zicht krijgt op het bestuur van uw gemeente en dat u weet waarvoor u bij wie moet zijn. Op die manier kunt u meer invloed hebben op het beleid van de gemeente en dat betekent dat de democratie beter werkt. Om die duidelijkheid te creëren heeft het parlement bepaald dat alle gemeenten in Nederland voortaan dualistisch werken. Wat betekent dat?
De raad en het college van burgemeester en wethouders hebben elk hun eigen taken.
De raad bepaalt het beleid (op hoofdlijnen, dus niet in detail) en neemt de belangrijkste beslissingen, bijvoorbeeld de vaststelling van een bestemmingsplan. Het college van burgemeester en wethouders vormt het dagelijks bestuur en voert alle besluiten van de gemeenteraad uit. Voorbeelden hiervan zijn het verlenen van vergunningen, het benoemen van ambtenaren en het verkopen van grond. De raad houdt zich daar niet langer direct mee bezig. De raadsvergadering is dé plaats voor het openbare politieke debat. In de raad moeten de politiek relevante zaken van de gemeente worden besloten en besproken. Denk hierbij aan vraagstukken als het bouwen van een schouwburg of zwembad in uw gemeente, het vaststellen van prioriteiten bij de verdeling van het beschikbare geld of een debat over de effectiviteit van het drugsbeleid.
De raadsleden zullen zich meer op u richten. Het volksvertegenwoordigen komt voor hen weer op de eerste plaats, en niet het doorwerken van stapels papier op het stadhuis. Raadsleden hebben daar nu ook meer tijd voor, omdat ze zich niet meer bezighouden met de uitvoering van het beleid. Dat doen ambtenaren in opdracht van het college. Omdat raadsleden naar de burgers toe gaan, weten ze beter wat er leeft in de gemeente. Die kennis gebruiken ze wanneer ze nieuw beleid maken. Dat betekent overigens niet dat een raadslid een doorgeefluik is voor uw persoonlijke belangen. Raadsleden hebben de verantwoordelijkheid om zich bij hun werk te laten leiden door het algemeen belang. Een raadslid zal u dus bij klachten over kapotte lantaarnpalen of losliggende stoeptegels veelal doorverwijzen naar de ambtenaren.
De wethouder is niet langer tegelijkertijd raadslid. Hij stemt niet langer mee over zijn eigen voorstellen en hoeft zijn eigen besluiten niet te controleren als raadslid. De wethouder hoeft ook niet perse lid van een politieke partij meer te zijn en mag - onder bepaalde voorwaarden - zelfs van buiten de gemeente komen. Veel meer mensen komen dus in aanmerking om wethouder te worden. Daardoor zijn er meer geschikte kandidaten. Ook in raadscommissies waarin veel van de besluitvorming in de raad wordt voorbereid hebben de wethouders geen rol meer. Het voorzitterschap wordt vervuld door een raadslid en de wethouder wordt alleen nog uitgenodigd om informatie te geven of verantwoording af te leggen over gemaakte keuzes. Door deze maatregelen ontstaat meer afstand tussen de raad en het college en kunnen inhoudelijke argumenten de doorslag geven.
Welke mogelijkheden krijgt de raad?
De verhouding tussen de raad en het college lijkt wat meer op de verhouding tussen de Tweede Kamer en het kabinet. De gemeenteraad werkt dan als de Tweede Kamer, het college van burgemeester en wethouders als het kabinet.
De raad stelt vast welke doelstellingen gehaald moeten worden en controleert vervolgens of het college deze doelstellingen ook daadwerkelijk haalt. De gemeenteraad heeft een aantal middelen om het college te controleren. Het gaat dan bijvoorbeeld om het recht om vragen te stellen of het recht om een wethouder te ontslaan. Ook kan de raad meer gebruik maken van de hulp van ambtenaren, daarvoor krijgt de raad zelfs een eigen functionaris; de griffier. Ook het "recht van onderzoek" is zo'n middel. Dat houdt in dat de raad een onderzoek kan starten, wanneer raadsleden vermoeden dat op een bepaald gebied iets is misgegaan. Een ander nieuw instrument is de rekenkamer. Deze gaat na of de gemeente haar doelen heeft bereikt en hoeveel geld dat heeft gekost. Dit moet leiden tot een betere gemeentelijke dienstverlening en een betere besteding van overheidsgeld.
Wat doet het college?
Het college zorgt voor het dagelijks bestuur in de gemeente en verzorgt de uitvoering van de besluiten die door de gemeenteraad worden genomen. Veel praktische beslissingen die bij de raad lagen worden nu door het college genomen. Neem bijvoorbeeld de verkoop van een stuk grond of het aangaan van een contract met een aannemer. Het college beslist hier zelfstandig over. Een ander nieuw element is het burgerjaarverslag dat de burgemeester elk jaar moet uitbrengen. Hierin wordt aandacht besteed aan de wijze waarop de gemeente met de burger omgaat. Hierbij kunt u denken aan de klachtenafhandeling maar bijvoorbeeld ook het betrekken van burgers bij beleid.
Wie is de baas in de gemeente?
De gemeenteraad wordt direct gekozen door de burgers en is daarom de baas in de gemeente. De raad benoemt de wethouders, die samen met de burgemeester het college vormen. Het college is er voor het dagelijks bestuur van de gemeente. Het college is hierover verantwoording schuldig aan de raad. De ambtenaren helpen het college het beleid uit te voeren. Het college is verantwoordelijk voor het handelen van de ambtenaren. Als het college het beleid heeft uitgevoerd, controleert de raad de uitvoering.
Als de raad ontevreden is over de uitvoering, kan zij de verantwoordelijke wethouder(s) ontslaan. Om de raad te helpen bij zijn vertegenwoordigende functie, het vaststellen van te behalen doelstellingen en de controle van het college wordt een griffier aangesteld.
De burgemeester wordt op aanbeveling van de raad benoemd door de Koningin. De raad kan besluiten een burgemeestersreferendum te houden over kandidaten voor het burgemeestersschap, waarin burgers zich uit mogen spreken over één van twee door de raad geselecteerde kandidaten. De burgemeester is voorzitter van de raad en het college. Als de burgemeester er niet is wordt het voorzitterschap van de raad overgenomen door een raadslid.
Wat heeft u eraan?
- U kunt (als u dat wenst) meer invloed hebben op de voorbereiding van beleid.
- U weet beter wat raad, college en ambtenaren doen en wie waarvoor verantwoordelijk is.
- U leert de raadsleden beter kennen.
- De resultaten van het beleid worden nauwkeuriger gemeten.
- U heeft meer mogelijkheden om actief te worden in de gemeente als (plaatsvervangend) raadslid voor een partij, als wethouder of als lid van de rekenkamer.
