Vuurwerk en carbidschieten

Tijdens oud en nieuw mag u carbidschieten tussen 31 december 10:00 uur en 1 januari 02:00 uur.

Binnen de bebouwde kom

  • Carbidschieten mag alleen op 31 december tussen 10:00 en 24:00 uur en op 1 januari tussen 00:00 en 02:00 uur.
  • Gebruik alleen (melk)bussen of vergelijkbare voorwerpen van maximaal 60 liter.

Buiten de bebouwde kom

  • Carbidschieten mag ook hier op 31 december tussen 10.00 en 24.00 uur en op 1 januari tussen 00.00 en 02.00 uur.
  • Gebruik alleen (melk)bussen of vergelijkbare voorwerpen.

Gebruik van gas

  • Bij carbidschieten wordt gas gemaakt uit carbid en water, of uit een soortgelijk mengsel.
  • Het mag geen gevaar, schade of overlast geven voor mensen of de omgeving.

Toestemming van de eigenaar

  • Je moet schriftelijke toestemming hebben van de eigenaar van het terrein.

Afstanden

De plek waar je schiet moet voldoen aan deze regels:

  • Minimaal 75 meter van woningen.
  • Minimaal 300 meter van zorginstellingen.
  • Minimaal 300 meter van dierenverblijven.
  • Minimaal 500 meter van het vogelgebied zoals het zuidelijk deel van Nationaal Park De Sallandse Heuvelrug.
  • Minimaal 200 meter van kerken of gebedshuizen als 31 december op een zondag valt.
  • Er moet een vrij veld zijn van minstens 75 meter vanaf het carbid, zonder openbare verharde wegen of paden.
  • Binnen 100 meter rond de schietplek mogen in totaal niet meer dan 10 bussen staan.

Geen gevaarlijke deksels

  • Gebruik geen deksels of andere gevaarlijke voorwerpen die kunnen worden weggeschoten. Gebruik bijvoorbeeld ballen.

Leeftijd en toezicht

  • Als je wilt carbidschieten moet je minimaal 16 jaar zijn en nuchter (geen alcohol of drugs).
  • Er moet altijd toezicht zijn van iemand van 18 jaar of ouder.

Richting van het schieten

  • Schiet altijd van huizen en toeschouwers af.

Vastzetten van de bussen

  • De (melk)bussen moeten stevig vaststaan, zodat ze niet terug kunnen slaan.

Opruimen

  • Laat de schietplek en het veld na afloop schoon en netjes achter.

Uitzonderingen

  • De gemeente kan plekken aanwijzen waar deze regels niet gelden. Dit kan nodig zijn om gevaar, schade of overlast te voorkomen of om de natuur te beschermen.