Nieuwjaarstoespraak van burgemeester Eijbersen
Dames en heren,
Wat goed dat u hier vandaag bent.
Wat is het stil, hè, als iedereen luistert.
Best bijzonder eigenlijk, in deze tijd.
Ik wil u vanavond niet vermoeien met vergezichten of ingewikkelde plannen. Die zijn er genoeg. En die komen wel.
Ik wil het met u hebben over iets anders. Iets kleins misschien. Maar voor mij wel de kern.
Vlak voor de jaarwisseling, zat ik thuis, bij de kerstboom.
Met een kladblok op schoot en een pen in mijn hand.
Even een moment van rust. Van reflectie.
Om onder andere te bedenken wat ik hier vanavond zou gaan zeggen.
En ik dacht: waar begin je? Als de wereld in brand staat. Als verkiezingen op komst zijn. Als je weet dat er mensen wachten op een huis, op hulp, op zekerheid.
De spanningen in de wereld. De zorgen hier in onze gemeente. De veiligheid op straat.
Het kwam allemaal voorbij. Maar het papier bleef leeg.
Er is al zoveel gezegd. Zoveel geschreven.
Tot ik aan Gert dacht. Gert van In de Gauwe Geit. U weet het vast nog wel. Het incident in november. Onbegrijpelijk, verdrietig.
Maar waar ik vooral aan dacht, is wat er daarna gebeurde.
De mensen die kwamen helpen. Die even langsfietsten bij het café van Gert, om te kijken of ze van betekenis konden zijn. Zó gewoon. En juist daarom zo bijzonder.
Want dát is wie we hier zijn. Niet alleen in Nijverdal. Ook in Daarle, in Haarle, in Daarlerveen, in Hellendoorn. In al onze dorpen en wijken.
Het zit in de vezels van onze gemeenschap: we letten op elkaar. We doen wat nodig is, zonder gedoe. Gewoon, omdat het hoort.
En toen dacht ik: we kunnen veel zeggen over wat er beter moet. Maar laten we ook dit durven uitspreken: we hebben het zo slecht nog niet.
We wonen in een gemeente waar mensen elkaar nog kennen.
Waar je wordt begroet op straat, of onderweg een praatje maakt bij de supermarkt.
Waar buren nog voor elkaar koken als het even niet lukt.
Waar je samen een heg snoeit en ondertussen de wereld bespreekt.
Een plek waar nieuwe inwoners zich welkom voelen. Zoals bij de zomerontmoeting bij Zunnewende, op landgoed Schuilenburg.
Daar zaten we, onder de bomen, in gesprek met mensen van heinde en verre. Het was warm, open, echt. Zoals we dat hier doen.
En we stonden stil bij tachtig jaar vrijheid. Niet alleen met woorden, maar ook met daden.
Met oude legervoertuigen die opnieuw door onze straten trokken.
Met jong en oud langs de kant. En honderden vrijwilligers die het mogelijk maakten. Gewoon, omdat het ertoe doet.
Dat is de gemeente Hellendoorn.
Niet hard, niet luid. Maar betrokken.
Een gemeenschap waar je op elkaar kunt rekenen, in het groot en in het klein.
Dat is iets om te koesteren. Om trots op te zijn.
En iets om op voort te bouwen.
Dit jaar gaan we daarmee door. Niet altijd met grote stappen tegelijk, maar wel gestaag.
We blijven bouwen aan woningen. Aan veiligheid. Aan vertrouwen.
We blijven investeren in onze dorpen, in onze buurten, in elkaar.
Er komen verkiezingen. Er zullen nieuwe mensen komen. Nieuwe plannen, nieuwe keuzes.
En dat hoort zo. Dat is democratie.
Maar wat blijft, is de kracht van onze gemeenschap.
Want die zit niet in gebouwen of programma’s.
Die zit in mensen. In u, in jullie, in elkaar.
Dus laten we ook dit jaar weer doen waar we goed in zijn:
Er zijn voor elkaar, als het nodig is.
Want echt: we hebben het zo slecht nog niet.
Laten we daar samen trots op zijn.
En er samen weer een mooi jaar van maken.